Uitkeren van liquidatiereserves : opletten geblazen!

Eind 2014 creëerde de regering Michel met de liquidatiereserve een populaire techniek om de verdeling van uw winsten fiscaal te optimaliseren.  Sinds aanslagjaar 2015 kunnen kleine vennootschappen op de boekhoudkundige winst na belastingen een anticipatieve heffing van 10% betalen waardoor later een roerende voorheffing van 30% kan worden vermeden.

Wordt de liquidatiereserve uitgekeerd bij de liquidatie van de vennootschap, is er immers geen bijkomende roerende voorheffing meer verschuldigd. Keert men de liquidatiereserve uit na vijf jaar (vanaf de laatste dag van het boekjaar waarin de liquidatiereserve is aangelegd) is er een aanvullende roerende voorheffing van slechts 5% verschuldigd.

Kunnen er dit jaar liquidatiereserves worden uitgekeerd tegen 5% roerende voorheffing?

De eerste liquidatiereserves die werden aangelegd in boekjaar 31/12/2014 kunnen vanaf 01/01/2020 worden uitgekeerd, mits een aanvullende roerende voorheffing van 5%. De Commissie voor Boekhoudkundige Normen adviseert echter om geen tussentijds dividend uit te keren tussen de datum einde-boekjaar en het moment van het goedkeuren van de jaarrekening door de  algemene vergadering. Nog even geduld dus.

Is het interessant om liquidatiereserves uit te keren?

Algemeen gezien is het, van zodra mogelijk, aangewezen de liquidatiereserves uit te keren  aan een aanvullende roerende voorheffing van 5%, tenzij de vennootschap in de nabije toekomst geliquideerd zal worden.

Worden deze reserves belegd in de vennootschap is er normaal gezien de vennootschapsbelasting (20%/25%) verschuldigd op de inkomsten uit deze beleggingen. Door de gelden uit te keren naar uw privé-vermogen opent zich een wereld van beleggingsmogelijkheden waarvan een aantal fiscaal bijzonder interessant kunnen genoemd worden (bijvoorbeeld een beleggingsverzekering).

Mogen de liquidatiereserves worden uitgekeerd?

Het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen voert vanaf 01/01/2020 een liquiditeitstest en balanstest in als noodzakelijke voorwaarde om over te kunnen gaan tot uitkeringen aan de aandeelhouders in een besloten vennootschap. Vooraleer over te gaan tot de uitkering van de liquidatiereserve, moet worden nagegaan of de vennootschap na de uitkering in staat zal blijven haar korte termijn schulden te voldoen. Slaagt men niet in deze test en keert de vennootschap toch winsten uit, dan is de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor alle mogelijke schade die het gevolg is van deze beslissing.

Heeft de uitkering van de liquidatiereserves negatieve gevolgen?

Het uitkeren van de liquidatiereserve aan de aandeelhouders kan leiden tot een hogere erfbelasting. Op vandaag voorziet Vlabel, de Vlaamse Belastingsdienst, een vermindering van de erfbelasting (3%) voor familiale vennootschappen. Het uitkeren van een dividend leidt tot een lagere waarde van de familiale vennootschap, die in de erfbelasting getaxeerd wordt aan 3% (of 7%). Het roerend vermogen neemt evenredig toe, wat belast wordt aan de tarieven van 3% / 9% / 27%.

Bijkomend daalt door de uitkering van de liquidatiereserve het eigen vermogen van de vennootschap. Wanneer u als aandeelhouder/bestuurder een rentegevende vordering op de rekening courant heeft ten aanzien van de vennootschap kan de uitkering van de liquidatiereserve leiden tot een herkwalificatie van de intresten in een dividend.

Niet over één nacht ijs gaan

Wellicht zal worden geadviseerd om dit jaar de liquidatiereserves van aanslagjaar 2015 uit te keren. Hierbij is het belangrijk om niet over één nacht ijs te gaan en de noodzakelijke vragen te stellen die gepaard gaan bij deze handeling. Mogen de liquidatiereserves worden uitgekeerd? Is het interessant om deze uit te keren? Vanaf wanneer mag ik deze uitkeren? En tot slot welke gevolgen heeft dit voor mijn bedrijf?

Laat u dus goed begeleiden. Omega Financial Advice heeft de expertise inzake deze materie in huis en kan helpen hierin de juiste beslissing te maken.

 

Kristof Fiers

Kristof Fiers, Estate planner Sigma Financial Audit – mei 2020