Daar is de Wijninckxbijdrage weer ….

Heel wat vennootschappen ontvingen de voorbije dagen een schrijven van Sigedis voor de inning van de Wijninckxbijdrage. Heel wat bedrijfsleiders zullen wellicht geschrokken zijn van het hogere bedrag. Wat is die Wijninckxbijdrage ook al weer en hoe wordt die bepaald ?
Delen op: 

Cotisations20Sociales20 20Photo

We schrijven 2012 wanneer de regering in zijn doelstelling om het budgettaire plaatje rond te krijgen met een aantal maatregelen op de proppen komt. Eén ervan is de invoering van de Wijninckxbijdrage, een sociale zekerheidsbijdrage die wordt toegepast op de aanvullende pensioenen van de tweede pijler ; de groepsverzekering, de individuele pensioentoezegging zeg maar. De bijdrage bedraagt bij zijn invoegetreding 1,5% en wordt geheven op de in het voordeel van een zelfstandige bedrijfsleider, in het voorgaande jaar gestorte premies die een drempel van 30.000 euro overschrijden. Op een netto storting van 45.000 euro, gedaan in 2011 in de IPT-overeenkomst van haar zaakvoerder, betaalde de vennootschap in  2012 een Wijninckxbijdrage van 225 euro ; 1,5% op 15.000 euro.

Vorig jaar werd de Wijninckxbijdrage verdubbeld naar 3%, quasi geruisloos.

Het drempelbedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en is voor de bepaling van de Wijninckxbijdrage 2018 inmiddels opgetrokken tot 32.472,96 euro. Quasi geruisloos, zonder hieraan veel ruchtbaarheid te geven, besliste de regering vorig jaar de Wijninckxbijdrage vanaf 2018, op de in 2017 gedane stortingen dus, te verhogen ; te verdubbelen van 1,5% naar 3,0%.

Heel wat vennootschappen die nog van het hogere belastingvoordeel wilden genieten pleegden in 2017 niet onaardige stortingen voor de financiering van de reeds gepresteerde dienstjaren, de fameuze backservice, en krijgen nu, niet zelden tot grote verbazing, een pittige factuur gepresenteerd. Een backservicestorting van 60.000 euro, gedaan in 2017, resulteert in een Wijninckxbijdrage 2018 van net geen 750 euro.

De ‘factuur’ is dan wel verdubbeld maar ongetwijfeld verteert men gemakkelijker een bijdrage van 3% op iets meer dan 30.000 euro dan de vennootschapsbelasting die tot 33,99% kon oplopen op 60.000 euro winst.

Vanaf volgend jaar en op de bijdragen van dit jaar wordt een nieuwe berekeningsmethodiek voor de Wijninckxbijdrage gehanteerd. We schrijven u er graag in een volgend artikel over.

Gepubliceerd door Jean-Marie Bostyn